Blog

Blog

Terugblik op een decennium

Op Facebook kwam ik een geweldige blog tegen van mijn schrijfcollegaatje Kelly van der Laan. (Check die post, mensen, net als haar boeken. Kelly rocks!) Ze heeft het over wat er op schrijfgebied allemaal de afgelopen 10 jaar is gebeurd. Dat zette mij aan het denken over wat er bij mij allemaal is gebeurd in de afgelopen jaren. Dat blijkt best een hoop te zijn. 😉

2011

Dit jaar kenmerkte mijn begin als schrijver. Althans, dit zie ik zelf als het begin. Natuurlijk had ik daarvoor een novelle en een verhalenbundel uitgebracht, maar aangezien die bij een POD uitgeverij verscheen en er dus geen redactie, promotie of wat dan ook aan de pas kwam, tel ik die zelf eigenlijk niet mee. (Hiermee wil ik overigens niet zeggen dat er iets mis is met POD. Als je bewust hiervoor kiest kan het geweldig werken. Maar als je meer wilt dan jouw boek in jouw eigen boekenkast en die van je familie, dan is POD niet altijd de juiste keuze, in mijn ervaring. Hoewel er natuurlijk uitzonderingen op die regel zijn.)

In dit jaar verscheen Gevaarlijk Spel. Ik was al jaren lid van Pure Fantasy, hét blad voor fantasy-, horror- en sciencefictionverhalen in Nederland. Ik had al wat pogingen gedaan korte verhalen te schrijven die goed genoeg werden bevonden om in het blad te worden gepubliceerd, maar dat is me nooit gelukt. Eén keer was ik heel dichtbij, maar om eerlijk te zijn was ik op dat moment gewoon nog niet goed genoeg. Schrijven moet je leren en de beste manier, althans voor mij, is meters maken. Ik deed al jaren mee met wedstrijden en koos expres die wedstrijden uit waarbij je feedback kreeg, zodat ik ervan kon leren. Dat lukte, al was mijn vooruitgang langzaam. Dit kwam met name omdat wat jurylid 1 ruk vond, jurylid 2 geweldig vond. Maar ik bleef doorschrijven en toen ik in 2010 voor een half jaar in Mexico woonde (ik heb daar een bakkerij voor iemand opgezet) en in mijn vrijetijd weinig om handen had, besloot ik een idee voor een nieuw verhaal uit te werken waarvan ik van te voren al wist dat dit een wat langer verhaal zou worden. Dat de teller uiteindelijk bij ongeveer 65000 woorden stopte, had ik van te voren niet kunnen bedenken. Wat ik al helemáál niet kon bedenken was dat het verhaal na lang wikken en wegen door uitgeverij Books of Fantasy werd uitgegeven. BOF bestond uit Alex de Jong (die tevens de oprichter was van Pure Fantasy) en Jos Weijmer. Omdat ik met name Alex al kende en ik een uitgeverij zocht die bereid was jonge schrijvers een kans te geven en waar ik de mogelijkheid kreeg te leren, koos ik ervoor om enkel en alleen het script naar hen op te sturen. Als zij het niets zouden vinden, wist ik dat ik het weg moest leggen en pas moest gaan herschrijven als ik wat verder was. Gelukkig besloten ze dus om het wel uit te geven, al moest er een hoop aan gebeuren. Dat wist ik en dat vond ik helemaal prima. Ik was allang blij dat mijn kindje zou worden uitgegeven en ik (van mijzelf) me nu dus officieel een gepubliceerd auteur mocht noemen, iets wat in die tijd nogal een dingetje was voor me. Even een hele korte samenvatting: Ik hield altijd al van schrijven, maar was ongelofelijk dyslectisch. Toen op de middelbare school mijn lerares Nederlands me tijdens een van haar lessen zag schrijven en over mijn schouder meekeek, vertelde ze me dat ik beter een andere hobby kon zoeken, omdat dit toch nooit wat zou gaan worden. Sinds die tijd was ik erop gebrand om haar het tegendeel te bewijzen. Even een leuk feitje; een aantal jaar geleden ben ik teruggegaan naar die school, met drie boeken onder mijn armen. Uiteraard kon ze zich de uitspraak niet herinneren, maar desalniettemin heb ik haar bedankt. Zonder haar was ik waarschijnlijk vanzelf wel gestopt met schrijven. Zij zorgde dat het vuur bleef branden.
Het moment van jouw eigen boek voor het eerst in handen houden vergeet je nooit meer.

2012

Na het verschijnen van Gevaarlijk Spel was ik gebrand om alles wat ik tijdens de redactie had geleerd om te zetten in een nieuw boek. Ik had de smaak te pakken en wilde niet dat het bij één boek zou blijven. Ik begon aan een fantasyboek. Alhoewel, het begon als een thriller, maar het verhaal bracht mij op een gegeven moment naar een andere wereld. Dat was eng. In die tijd las ik voornamelijk Stephen King en Dean Koontz. Wat wist ik nu van fantasy? Maar ik besloot er vol voor te gaan, met name omdat ik er zoveel plezier mee had. Daarnaast was het een uitdaging. Ik hou wel van uitdagingen.
Toen ik op ongeveer ¾ was, stuurde ik het op naar Alex. Gewoon, omdat ik benieuwd was of ik op de juiste weg was. Op dat moment kreeg ik een berichtje terug dat hij en Jos hadden besloten uit elkaar te gaan. Alex zou verder gaan met BOF en Jos zou zijn oude uitgeverij Zilverspoor weer nieuw leven in blazen. Er werd mij gevraagd met welke partij ik graag verder zou willen. Ik koos voor Alex. Met name omdat hij degene was waarom ik een jaar eerder met Gevaarlijk Spel voor BOF had gekozen (ik kende Jos nauwelijks) en ook tijdens de redactie van dat boek had ik vrijwel alleen met Alex samengewerkt. Alleen… hij vond het fantasyboek niet goed genoeg. Hij zag wel dat ik enorm was gegroeid, maar hij wilde wat kritischer zijn met zijn uitgeverij. Dat was balen, maar begrijpen kon ik het wel. Dus stuurde ik het naar Jos. Eigenlijk verwachte ik dezelfde reactie te krijgen, maar Jos was juist enorm enthousiast. Ja, ook aan dit boek moest een hoop worden gesleuteld, maar het was dag en nacht met de kwaliteit van de eerste versie van Gevaarlijk Spel. ‘Als jij zo snel leert, durf ik die gok wel met je aan.’ Ik zal hem voor altijd dankbaar zijn voor dat geloof.
Ik kreeg wat feedback, herschreef het hele boek en bedacht het einde. Ondertussen stelde Jos voor om mijn nieuwe boek niet onder mijn eigen naam, maar onder een pseudoniem uit te geven. Ten eerste omdat fantasyboeken van Nederlandse schrijvers in de boekwinkel minder snel worden opgepakt (een vooroordeel dat ik veracht, maar dat helaas wel waar is) en dat áls ik ooit vertaald zou worden, ik alvast een betere naam zou hebben. Goed idee. Maar wat is in hemelsnaam een goed pseudoniem? In eerste instantie dacht ik aan George D. Wright (Joris die schrijft), maar ik vond die naam te sloom. Ik had iets… scherps nodig. Vandaar Sharpe. De voornaam zou iets van Joe worden, tot Jos me vertelde dat iedereen me op beurzen ook zo ging aanspreken (een collega van mij genaamd Ron Puyn schreef/schrijft onder Jack Lance en iedereen sprak hem ook zo aan). Wilde ik dat wel? Nee, was mijn antwoord. Dus stelde Jos J. Sharpe voor. De insiders zouden wel weten waar de J voor stond, toch?

Het leuke aan Zilverspoor was dat de uitgeverij elk jaar, elke maand, groeide. Er kwamen nieuwe auteurs bij, er werden redacteuren aangenomen, de kaften werden steeds beter en professioneler… Ik was (en ben) blij om er deel van uit te maken. De uitgeverij stelde me ook in staat om (nieuwe) lezers te ontmoeten tijdens de vele evenementen waar we werden uitgenodigd om onze boeken te signeren. Zo kwam ik terecht in de wereld van elfjes en tovenaars tijdens o.a. Elfia en Castlefest en die van superhelden tijdens o.a FACTS en Comic Con. Ik kreeg mijn eerste fanmail en reacties van mensen dat ze niet konden wachten op een nieuw boek; momenten die ik nooit meer zal vergeten. Nu, bijna 14 boeken verder, bloos ik nog steeds als iemand de tijd neemt om iets moois over mijn werk te zeggen of schrijven. Het blijft in mijn optiek bizar dat er ook maar één iemand is die mijn rare hersenspinsels wil lezen. Diep vanbinnen zal ik denk ik altijd dat dyslectische jongetje blijven die niet gelooft dat er ooit iets van hem het levenslicht zal zien.

2013

Goed, een nieuw boek. Ik wilde wel, maar had geen enkel idee. Tot Jos met het voorstel kwam om een vervolg te schrijven op Territoria. ‘Er zit nog zoveel meer in,’ zei hij. In eerste instantie verklaarde ik hem voor gek. Hoe kon ik nu een vervolg schrijven? De kettingen van Amarath had toch een einde? Toch hield het idee me weken bezig, tot ik een ingeving kreeg. Ik begon met schrijven en in augustus van dat jaar verscheen De Ring van Andor. Een verhaal dat niet alleen een vervolg op het vorige boek was, maar ook een veel betere afsluiter. Daarnaast was het geweldig om opnieuw het avontuur aan te gaan met personages die ik al kende.
Ik schreef ondertussen ook veel korte verhalen en bleef meedoen met wedstrijden. Leuk dat ik gepubliceerd was, dat betekende natuurlijk niet dat ik er al was (voor zover je dat ooit kunt zijn). Er was nog genoeg ruimte om mijzelf te verbeteren. Wel zag ik de vruchten van mijn werk ook terugkomen in mijn korte werk. Ook die verhalen werden beter. Een aantal werden zelfs gepubliceerd en langzaam begonnen mensen mij te benaderen of ik wilde meewerken aan een van hun projecten of een verhaal wilde schrijven voor een nieuwe bundel. Ik was enorm vereerd.

2015

Jos en ik spraken elkaar steeds vaker. Over boeken, schrijven, het leven. Hij had echt een passie voor wat hij deed. Tijdens een van die gesprekken vertelde hij mij dat hij met een probleem zat. Hij kreeg ontzettend veel manuscripten binnen. Een aantal van hen waren echt goed, sommige slecht, maar er waren er ook een paar bij die goed zouden kúnnen worden, met de juiste begeleiding. Met waar ik vandaan kwam, kon ik me daar natuurlijk helemaal in verplaatsen. Maar, vertelde hij me, hij had niet de middelen om al die boeken uit te geven. Daarnaast wilde hij met Zilverspoor wel een merk neerzetten die kenmerkend was voor kwaliteit. Dus stelde ik hem voor om een tweede uitgeverij onder een andere naam op te zetten, waar hij potentiële goede schrijvers wél de kans kon bieden. Dit idee sprak hem erg aan en na het met anderen overlegd te hebben ontstond Zilverbron.

Na het Territoria tweeluik wilde ik weer terugkeren naar mijn eerste liefde: suspenseboeken, thrillers, horror. Van origine ben ik geen plotter. Ik begin meestal met een bepaalde scene en zie wel waar het schip strandt. Ondertussen probeer ik zoveel mogelijk afslagen te nemen. Steeds als ik als lezer denk te weten welke kant het verhaal op gaat, kies ik voor een compleet andere richting. Misschien dat dit de reden is waarom mijn boeken bekend staan om hun vele twisten. Het was geweldig om te doen.
Gebroken Geheugen was een boek dat uiteindelijk een samenwerking was met Jos. Net als met Kettingen stuurde ik het script naar hem op toen ik op ongeveer ¾ was. Jos was super enthousiast, maar waar ik linksaf was gegaan, zag hij opties om nog verder naar links te gaan. Zijn ideeën spraken me zo aan, dat we besloten er een samenwerking van te maken. Het boek zou in eerste instantie in april van dat jaar uitkomen, maar helaas overleed hij onverwacht.
Zijn dood bracht een hoop onzekerheid met zich mee. Ik, even als velen met mij, was murw geslagen. Niet alleen was Jos mijn uitgever, hij was ook een vriend. Zijn verlies viel zwaar. Ik dacht dat dit het einde van mijn schrijfcarrière was (al was ik daar op dat moment totaal niet mee bezig) tot ik vernam dat Cocky en haar man Barry de zaak gingen overnemen. Cocky werkte al jaren als redacteur extraordinaire bij Zilverspoor en ik was super enthousiast dat zij en Barry met de uitgeverij doorgingen. Gebroken geheugen kwam alsnog uit, zij het een half jaar later dan gepland.

2016

Aan het begin van dit jaar kreeg ik te horen dat Gebroken Geheugen niet alleen genomineerd was voor de Harland Awards romanprijs, maar dat hij ook nog eens een eervolle vermelding kreeg voor buitengewone originaliteit. Ik was denk ik nog blijer voor Jos dan voor mijzelf en ik weet zeker dat hij daarboven een grote glimlach op zijn gezicht had.
Er begon zich langzaam een trend te ontstaan. Als het ene boek klaar was begon ik meteen aan een ander. Ik had altijd maar een idee voor één boek, maar die ideeën kwamen wel altijd wanneer ik ze nodig had. Met uitzondering van 2014 is er sinds Gevaarlijk Spel elke augustus een nieuw boek van mij verschenen. Het was niet dat ik daar naartoe schreef, maar mijn nieuwe boek was gewoon altijd rond die tijd af.
Eden verscheen dus in augustus van dat jaar. Tot op heden is dit mijn best verkochte boek. De credits hiervan gaan niet volledig naar mij of naar de redactie. Sinds het overlijden van Jos moest de uitgeverij ook opzoek naar nieuwe vormgevers. Mijn vrouw, Marijke, deed in haar vrije tijd wel eens wat met Photoshop en wilde wel eens een poging wagen kaften te maken. Sinds die tijd heeft ze vrijwel al mijn kaften gemaakt, en die van vele anderen. Iets waar ik super trots op ben.

2017, 2018, 2019

Ik bleef schrijven. Ik bleef leren. En ik bleef geweldige nieuwe mensen ontmoeten en nieuwe schrijfuitdagingen aangaan. Ik wilde niet telkens weer hetzelfde trucje herhalen. Zo wordt je immers niet beter. Dus heb ik sinds die tijd van alles geprobeerd. Horror, thriller, fantasy, YA, Sci-fi en heb ik inmiddels samengewerkt met drie geweldige auteurs (shout out naar Melissa Skaye en Cocky van Dijk) Wel op een manier zodat vaste lezers wel weten wat ze krijgen als ze een J. Sharpe boek oppakken, maar binnen mijn eigen gezette kaders kon ik heel wat kanten op, kwam ik achter.

Elk jaar verscheen er een boek. In 2018 en 2019 zelfs twee. Niet alleen bij Zilverspoor, maar ook andere uitgeverijen begonnen interesse te tonen in mijn romans en korte verhalen. Ik werd nog een paar keer genomineerd voor prijzen en Eden werd vertaald naar het Engels, Portugees, Spaans en Italiaans.

2020

Wat de toekomst in petto heeft weet niemand. Wel ziet 2020 er, als we het over schrijven hebben, voor mij ook weer rooskleurig uit. Zoals het er nu naar uitziet verschijnt er traditiegetrouw in augustus weer een nieuw boek (een thriller/horror genaamd Uit de duisternis) en een kinderboek met de serietitel De Turfheksen, waarvan ik het eerste deel mocht schrijven en die bij een nieuwe uitgeverij gaat uitkomen. En er ligt alweer een basis voor een nieuw boek. Een thriller, deze keer. Kortom, er komen hopelijk nog veel mooie projecten aan. Ook zal de vertaling van Syndroom in 2020 het levenslicht zien.

Dank jullie

Dit alles was natuurlijk nooit mogelijk geweest als Alex en Jos me al die jaren geleden me geen kans hadden gegeven. Zij hebben me een platform gegeven waar ik kon groeien en dat blijf ik tot op de dag van vandaag doen. Het geweldige team van mensen bij Zilverspoor, mijn proeflezers en natuurlijk jullie, de lezers, verdienen hier een extra bedankje voor. Ik voel me bevoorrecht verhalen te schrijven die door jullie worden gelezen. Ik wens jullie allemaal een geweldig uiteinde en een nog beter nieuw jaar.

Groetjes,

J. Sharpe

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….

Samen een boek schrijven

In april verschijnt de Young Adult/Sci-Fi roman Schemerzone die ik samen met Cocky van Dijk op dit moment schrijf. Nu wordt er met enige regelmaat aan ons gevraagd hoe we dat doen, dat samen schrijven, dus het leek me leuk om die vraag te beantwoorden.

Ten eerste is er natuurlijk niet één manier om samen met iemand anders een boek te schrijven. Het proces zal voor iedereen en voor elke samenwerking anders zijn. Drie van mijn boeken zijn samenwerkingen. Gebroken Geheugen schreef ik met Jos Weijmer, Meedogenloos met Melissa Skaye en Schemerzone dus met Cocky van Dijk. En geloof me, het proces voor elk van deze boeken was totaal anders.

Gebroken geheugen

Gebroken geheugen was niet bedoeld als samenwerking, althans niet in het begin. Jos was niet alleen mijn uitgever, maar ook mijn redacteur. Toen ik driekwart van het script klaar had vroeg hij me waar ik mee bezig was, waarop ik hem het script toestuurde. Hij las het en vond het in de basis een erg tof verhaal, maar hij zag een hoop openingen. Waar ik linksaf was geslagen, zag hij mogelijkheden om nog verder naar links te gaan. Hij droeg ideeën aan die ik weer tof vond. We besloten er een samenwerking van te maken. Helaas overleed hij niet lang daarna en heeft hij het eindresultaat nooit gezien. Extra zuur was dan ook dat Gebroken geheugen werd genomineerd voor een Harland Award en hij niet bij de uitreiking aanwezig kon zijn.

Meedogenloos

Meedogenloos was een lastig en lang project. Niet zozeer de samenwerking of het schrijven zelf (wat geweldig verliep), maar meer de weg daarnaartoe. Melissa en ik kwamen elkaar met enige regelmaat op beurzen tegen en we kregen het idee om ooit eens samen een boek te schrijven, echt van de grond af aan. Nu houd ik persoonlijk erg van uitdagingen en ik probeer met elk boek iets anders te doen. Dat kan iets kleins zijn zoals een bepaald perspectief waar ik nog niet eerder mee gewerkt hebt of zoiets als een ander genre. Ondanks het feit dat ik inmiddels 10 boeken op mijn naam heb staan, zie ik mijzelf als een auteur die aan het groeien is. Dat kan denk ik alleen als je verschillende dingen uitprobeert (en open staat voor kritiek). Ik had nog nooit een echte thriller geschreven; een boek zonder fantastische/bovennatuurlijke elementen. Melissa had daar al veel meer ervaring mee.

Nu ben ik van origine een organische schrijver, wat betekent dat ik nauwelijks mijn verhalen plot. Tot nu toe werkt dat aardig voor mij en juist het feit dat ik als schrijver niet weet waar het verhaal heen gaat, vind ik zo leuk. Hierdoor kan ik mijzelf verrassen en ik denk dat dit een van de redenen is dat er in mijn boeken zoveel plottwisten zitten. Dus ook voor dit boek begonnen we zonder een echt plan. Dat hielden we volgens mij vijf hoofdstukken vol, hahaha. Daarna verloren we het overzicht en besloten we ons te concentreren op onze solo projecten.

Volgens mij was het ruim twee jaar later dat Melissa en ik, bij stom toeval, rond dezelfde tijd het bestandje op onze computer weer eens open klikten. We waren eigenlijk best tevreden met wat er stond. Hier kon zeker op voort geborduurd worden, maar dan moesten we wel gaan plotten. Man, wat hadden we daar moeite mee. We begonnen voortvarend. De outline voor de eerste paar hoofdstukken hadden we zo, maar halverwege kwamen we weer vast te zitten. We besloten om “alvast” aan de slag te gaan met de hoofdstukken die we al hadden bedacht. De rest zou later wel komen, toch? Nou, ja, uiteindelijk wel, maar we hebben vaak heen en weer moeten bellen om alles goed te krijgen.

Om zo goed mogelijk en los van elkaar meters te kunnen maken, leek het ons verstandig om elk eigen personages te hebben. Ik denk dat dit ook heeft geholpen om tot het eindresultaat te komen. We hadden eigen verhaallijnen. In eerste instantie kwamen die pas later bij elkaar, waardoor we al een groot deel van het boek los van elkaar hadden geschreven en we nog meer gebrand waren om van de samenwerking een succes te maken. Het boek werd uitgegeven door LetterRijn, de uitgeverij waar Melissa al bij was aangesloten, en werd goed ontvangen. Een geslaagd experiment dus. 😉

Schemerzone

Ook Cocky en ik hadden al een tijdje het idee om samen een boek te schrijven. Omdat zij normaal gesproken een ander genre schrijft dan ik, besloten we om allebei uit onze comfortzone te stappen. Science Fiction, dat had Cocky nog niet gedaan (Gebroken geheugen is gedeeltelijk Sci-Fi dus voor mij was het niet helemaal onbekend). Ik had nog nooit een Young Adult boek geschreven. Het moest dus een combi worden. Maar goed, allemaal leuk en aardig, maar om samen te werken heb je wel een idee nodig. Nou, dat bleek voor ons niet echt een probleem. Naast mijn uitgever en redacteur is Cocky over de jaren heen een vriendin geworden. Dus toen Marijke (mijn vrouw) en ik gezellig bij haar en haar man Barry op bezoek gingen om een hapje te eten, begonnen we ideeën te spuien. Ik heb nog nooit zo’n leuke ideeënsessie gehad. We gingen in het begin echt alle kanten op, maar algauw brachten we met z’n vieren de ideeën die we hadden bij elkaar en ontstond de basis voor een heel tof verhaal.

Wel wilden we voorkomen dat we enthousiast gingen schrijven om er halverwege achter te komen dat we vast zaten. Dit moest goed gepland worden, niet in de laatste plaats omdat we Sci-Fi schreven. De technologie moest wel kloppen, natuurlijk. Ook wisten we dat Cocky en ik echt tegenpolen zijn, als het op schrijven aankomt. Als je onze werkwijze vergelijkt zou je ons denk ik voor gek verklaren voor het feit dat juist wij wilden gaan samenwerken. Enkele voorbeelden: Ik schrijf organisch, wat inhoudt dat ik een toffe scene in mijn hoofd heb, ga zitten om te schrijven en de rest daaruit vloeit. Cocky neemt eerst dagen/weken/maanden de tijd om alles helemaal uit te plotten, hoofdstuk voor hoofdstuk. Ze heeft thuis een wand vol met gele post-itjes. Ik schrijf mijn eerste versie meteen op de pc, laat het dan een tijd liggen en ga dan pas herschrijven. Cocky schrijft meestal haar eerste versie met de hand. Het voordeel daarvan is dat als ze het eenmaal heeft ingetypt ze zichzelf meteen redigeert. Dus haar eerste versie op de pc, is eigenlijk haar tweede versie. Ook waren we bang dat onze stijlen zouden botsen.

Het bleek allemaal reuze mee te vallen. Sterker nog, de samenwerking verliep (en verloopt, we zijn nog niet helemaal klaar) geweldig en soepel. We besloten het op haar manier te plotten (uitdagend en leerzaam voor mij), dus met de post-itjes. Ook dit deden we tijdens een eetsessie. Toch kwamen we niet heel ver. We hadden de ruwe uitlijn voor heel het boek, dus we wisten waar we naartoe gingen (een unicum voor mij) en kregen het voor elkaar om zeven hoofdstukken helemaal uit te plotten en de taken te verdelen. We besloten om hier eerst mee te beginnen en een nieuwe eetsessie in te plannen (heel vervelend) om de rest te plotten. Dat bleek niet eens nodig te zijn. Tijdens het schrijven van die eerste zeven hoofdstukken kregen we los van elkaar zoveel ideeën, dat we elkaar regelmatig opbelden om te overleggen. Het bleek dat Cocky en ik vreselijk op één lijn zaten. Ik kan me niet heugen dat we het over iets ontzettend oneens waren.

Ook met dit project bleek het verstandig te zijn om onszelf eigen stukken te geven. Niet alleen eigen personages, maar zelfs een eigen deel van de wereld. Zo begonnen we, maar al snel hadden we allebei de stemmen van alle personages goed genoeg in ons hoofd zitten dat we ook met elkaars personages aan de slag konden. We hielden een aantekeningbestand bij, gaven met kleuren aan wie welk hoofdstuk zou schrijven (zodat we niets dubbel zouden neerpennen) en streepten af als er iets was geschreven.

Het belooft echt een heel tof boek/project te worden en we kijken nu al uit naar het moment dat we het eindresultaat met iedereen mogen en kunnen delen.

Wil je trouwens weten waar het boek over gaat? Kijk dan verder op mijn website voor de flaptekst.

Dus, zover mijn relaas over samenwerkingen. Het is een erg leuk en leerzaam proces. Het is niet makkelijk, maar de leukste dingen hoeven dat niet altijd te zijn, toch?

Mochten jullie vragen hebben naar aanleiding van dit stuk, schroom niet om ze te stellen.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Beurzen en signeersessies

Onder andere:

Brussel Comic Con: 11 februari

Boekpresentatie Meedogenloos: 22 februari. Groot Noord 81 te Hoorn

Comic Con Rotterdam: 4 maart

Dutch Comic Con Utrecht: 31 maart en 1 april

Facts, Gent, Belgie: 8 april

Elfia Haarzuilens: 21 en 22 april

Comic Con gent, Belgie: 1 augustus

Castlefest: 3,4 en 5 augustus

Comic Con Amsterdam: 1 en 2 september

Comic Con Antwerpen: 16 september

Elfia Arcen: 22 en 23 september

 


nieuwsbriefNieuwsbrief:

Lijkt het je leuk leuk om op de hoogte te blijven van het nieuws rondom J. Sharpe? Vanaf nu kan dat. Als je naar zijn website gaat (www.jsharpebooks.com) verschijnt er een pop-up met de vraag of jij je wilt aanmelden. Its very simpel 😉 Zie je de pop-up niet? Mail dan even op bakker_joris@hotmail.com

Wat kun je allemaal lezen in de nieuwsbrief?

  • Een kijkje in de keuken van een schrijver.
  • Je leest als eerste met welke projecten J. Sharpe momenteel bezig is en kan het schrijfproces op die manier stap voor stap volgen.
  • Teasers van nieuw werk.
  • (Foto) reportages van plekken waar J. Sharpe de afgelopen tijd is geweest voor signeersessies.
  • Welke boeken hij momenteel zelf aan het lezen is.
  • Winacties
  • Interviews
  • Recensies
  • En andere leuke nieuwtjes.

En geen paniek. Je wordt niet plat gespamd. Je krijg maximaal 1x per maand een nieuwsbrief over de mail toegestuurd.


halloween-horror-verhalen-martijn-lindeboom-boek-cover-9789024574780De bundel Halloween Horror verhalen, met een verhaal van J. Sharpe (Echo van een monster) is vanaf nu overal verkrijgbaar.

De bundel is uitgegeven door Luitingh-Sijthoff en is 383 pagina’s pure horror. Martijn Lindeboom heeft de beste genreauteurs uit Nederland en Vlaanderen verzameld in een verhalenbundel vol macabere horrorverhalen. In deze bundel vind je een bloedspannende selectie zoals je die nog nooit hebt gelezen, van klassieke pulp tot eigentijdse psychologische spanning, van een dodelijk katmonster tot duistere koeien en vampiers. Pas maar op, voordat je het weet kijk je de komende maanden alleen nog maar angstig over je schouder, onder je bed of achter in je kast. Met werk van Martijn Adelmund, Christien Boomsma, Sophia Drenth, Thomas Olde Heuvelt, Jerry Hormone, Auke Hulst, Martijn Lindeboom, Vanessa Morgan, Jamal Ouariachi, J. Sharpe, Tais Teng en Barend de Voogd. Interesse? https://jsharpebooks.com/contact/